Disney

12 weetjes over Donald Duck

1. Op 25 oktober 1952 verscheen de allereerste editie van de Nederlandse Donald Duck. 

Om ervoor te zorgen dat iedereen van het nieuwe weekblad hoorde, werden er maar liefst 2,5 miljoen exemplaren van gedrukt en GRATIS weggegeven aan Nederlandse kinderen. Een groot geschenk, zo vlak na de Tweede Wereldoorlog!

 

2. Sinds 1952 zijn er al zo’n 3400 Donald Ducks verschenen!

Dat betekent dat als je elke dag één Duckje zou lezen, je meer dan negen jaar bezig bent. Je hebt nu dus geen enkel excuus meer om je de komende jaren te vervelen! Mocht je je nou tóch vervelen, leg dan al die Donald Ducks eens naast elkaar. Dan heb je daarvoor een afstand van Amsterdam tot Den Haag nodig! En als je ze óp elkaar legt… krijg je best een hoge stapel.

3. In de jaren ’50 was het maken van een jeugdtijdschrift vaak een extra klus voor medewerkers van een “grote mensen-blad”.

Dat gold ook voor de eerste jaargangen van Donald Duck. Als je het logo op deze oude Duckies bekijkt, zie je gelijk wat het “moederblad” was: het damesblad Margriet!

4. Donald is een eend en Mickey een muis. Maar toch gedragen ze zich als mensen!

Ze rijden in auto’s en wonen in gewone huizen. Wist je dat dit rare verschijnsel een naam heeft? Mickey en Donald zijn “antropomorfe” dieren. Dat is een duur woord voor “op de mens lijkend”. Kijk, met zo’n weetje kun je aankomen op een verjaardag!

5. BENG! KLETS! STRAPOF! KLABANG! KLETTER!

De plaatjes van Donald Duck staan er vol mee: malle woorden die een klap, val of ander ongelukje nabootsen. Stripmakers hebben hiervoor een speciale vakterm. Woorden als PAF en KLABAMMES, maar ook SLURP en SNOTTER, worden onomatopeeën genoemd!

6. Katriens nichtjes Lizzy, Juultje en Babetje zijn moderne, jonge meiden. Maar dit zijn ze niet altijd geweest!

Vroeger waren ze met hun tuttige strikjes eigenlijk drie mini-Katrientjes. Totdat ze in 1998 met een bus haarlak kappertje gingen spelen. Het bleek eersteklas, onverwoestbare, krasvaste parketlak te zijn. Daarom zitten de meiden de rest van hun leven aan deze hippe kapsels vast!

7. Wist je dat de meeste strips uit het vrolijke weekblad gewoon in ons land worden bedacht en geschreven?

Je kunt ze herkennen aan de code in het eerste plaatje van een stripverhaal. Begint die met een H? Dan is het een Nederlands verhaal. De verhalen met een D komen uit Denemarken. En Amerika dan? Daar worden al jaren geen Donald Duck-strips meer gemaakt…

8. De meeste Disney-figuren ontstonden in tekenfilms, en traden pas later in strips op.

Bij oom Dagobert, Willie Wortel, de Zware Jongens en Zwarte Magica was dit precies andersom. Zij werden speciaal voor de stripverhalen bedacht door één man: Carl Barks! In 1994 bracht deze Amerikaanse schrijver/tekenaar, toen al dik in de negentig, voor het eerst een bezoek aan Nederland. Alle Nederlandse tekenaars mochten even met hem op de foto. En daar hebben ze het nu nog over.

9. Al in de jaren ’30 verscheen er een krantenstrip met Mickey Mouse in De Telegraaf.

Alleen werden de namen toen nog vertaald. Mickey heette “Mikkie de Muis”, Minnie werd Miepsie genoemd en Goofy was Jopie Spillebeen. En Donald? Die luisterde nog naar de naam Woerd Snater. Pas na de Tweede Wereldoorlog keerden de Disney-figuren terug in Nederland… met hun oorspronkelijke Amerikaanse namen!

10. Sommige BN’ers hebben ook een geschiedenis met Donald Duck.

Zo begon een piepjonge Irene Moors haar carrière op de marketingafdeling van het weekblad. Haar talent werd ontdekt toen ze in 1987 op een “Disney-dag” de Willie Wortel Wedstrijd presenteerde. Kort daarna werd ze het gezicht van het NCRV-programma Dit is Disney. Echt beroemd werd ze toen ze in 1989 Telekids ging presenteren op RTL Veronique! Irene ‘s optreden tijdens de Disney-dagen kun je hier bekijken.

11. De Grote Boze Wolf probeert nu al jaren de drie biggetjes Knir, Knar en Knor te vangen.

Maar zou hij precies weten wie wie is? Jij straks wel! Knor is de slimste van de drie en draagt altijd een blauwe tuinbroek en een petje. Knir en Knar hebben allebei een matrozenpakje aan. Knar is degene met het witte petje, en Knir heeft het oranje petje met het zwarte flapje. Weet je dat ook weer!

12. Is het je weleens opgevallen dat Donald in de tekenfilms een blauw matrozenpakje draagt en in de strips een zwarte?

Donalds eerste stripverhalen verschenen namelijk in de krant. En die waren in de jaren ’30 volledig zwart-wit gedrukt. Om de opvliegende eend op papier beter op te laten vallen werd zijn jasje zwart gemaakt. En dat is men in de strips eigenlijk altijd blijven doen! Alleen op voorplaten geven tekenaars hem nog wel eens zijn oude vertrouwde blauwe jas.